Gesprek 3 van 6
De neiging leren herkennen
Doel: Een klein moment creëren tussen voelen en handelen.
Zo begin je
“Als de neiging komt, kan het voelen alsof je meteen iets moet doen. We gaan oefenen om die neiging te herkennen en steun te zoeken.”
Vraag
- Waaraan merk je dat de spanning oploopt?
- Wat zegt je hoofd op zo’n moment?
- Wanneer zou ik nog kunnen helpen?
Oefen één minuut samen
- Kijk rond en benoem drie dingen die je ziet.
- Voel je voeten op de grond.
- Zeg: “Ik merk dat ik spanning voel.”
- Zeg: “Ik merk de neiging om mezelf pijn te doen.”
Leg eenvoudig uit
“Een gedachte of neiging kan heel sterk zijn. Je hoeft die niet alleen te dragen en je hoeft er niet meteen naar te handelen.”
Dit is de ACT-stap van opmerken en afstand nemen. Het doel is niet dat je kind zich onmiddellijk beter voelt.
Spreek samen af
Kies een codewoord of bericht waarmee je kind kan aangeven: “ik heb je nodig”. Bijvoorbeeld: “Kun je even bij me zitten?”
Zo is elk gesprek opgebouwd
Neem ongeveer 10 tot 15 minuten, zonder telefoons of andere afleiding. Bij grote spanning laat je de oefeningen los en richt je je op veiligheid en nabijheid.
- Contact: Hoe is het nu met je? Is dit een goed moment om even te praten?
- Luisteren: stel één vraag tegelijk, laat stiltes vallen en vat samen.
- Samen kiezen: bespreek één kleine stap.
- Afronden: Wat was prettig aan dit gesprek? Wat spreken we af?